De Rederscentrale c.v. Home Organisatie Activiteiten Publicaties/Pers Contact/Ligging Links
Informatieblad
Persberichten
 


P E R S B E R I C H T

Oostende, 21 april 2016


Van platvisreflexen tot implementatie van de Europese aanlandplicht

Een uitzondering op de aanlandplicht is mogelijk voor pladijs. Dat blijkt uit recent onderzoek naar de overlevingskansen van teruggegooide vis. In een project in samenwerking met de Rederscentrale en Belgische vissers stelden ILVO-wetenschappers een methodiek op punt waarbij ze overlevingskansen van pladijs snel en nauwkeurig kunnen inschatten op basis van reflextesten. Observaties tijdens zeereizen met vaartuigen uit verschillende segmenten van de visserijvloot (kustsegment, klein vlootsegement, groot vlootsegement) toonden aan dat pladijs de beste overlevingskansen (43 tot 57%) heeft in de kustvisserij. Verdere testen in andere visgebieden en van aanpassingen aan de visserijpraktijken en de behandeling van de vangsten aan dek, zouden kunnen leiden tot gelijkaardige overlevingspercentages bij de andere vlootsegmenten. Met deze gegevens kan het toepassen van een uitzondering op de aanlandingsplicht bepleit worden zoals voorzien in het Europese Gemeenschappelijke Visserijbeleid.

 

Voorspellen van overleving van pladijs aan de hand van reflex-scoring: methode staat op punt

Teruggooi wordt maatschappelijk en door de Europese beleidsmakers ervaren als een vorm van verspilling. Binnen het Europees visserijbeleid is daarom recent de aanlandplicht ingevoerd. Volgens deze maatregel moeten alle vangsten van soorten die onderworpen zijn aan vangstbeperkingen, aan boord worden gehouden, aangeland en tegen de quota worden afgeboekt. Dat kost extra werktijd en opslagruimte, en zorgt dus voor een grote druk bij vissers. Maar er is een achterpoortje: voor soorten die een hoge overlevingskans hebben na teruggooi, is binnen de aanlandplicht een uitzondering toegestaan. Het is dus cruciaal om die overlevingskansen zwart op wit te kunnen aantonen.

Om dat op een snelle en betaalbare manier te doen, hebben onderzoekers van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) een methode op punt gesteld die gebaseerd is op reflextesten bij pladijs. Uit het onderzoek bleek namelijk dat er een sterk verband is tussen de vitaliteit van een vis en zijn kans om na teruggooi te overleven. Vitaliteit wordt gemeten door aan- of afwezigheid van reflexbewegingen en op basis van externe verwondingen. Onderzoek naar pladijs kreeg hierbij voorrang omdat de soort regelmatig wordt teruggegooid en door vissers beschouwd wordt als vrij robuust tegen vangst en stress bij commerciële visserij. Er werden verschillende reflexen getest en geëvalueerd. Pladijzen die niet meer in staat waren hun normale houding weer aan te nemen wanneer ze ondersteboven werden gedraaid bijvoorbeeld, bleken weinig kans op overleving te hebben. Hoe meer wrijving en druk de vissen ondervonden in het net, en hoe langer ze op de lopende band hadden gelegen bij het sorteren, hoe lager de vitaliteit en hoe minder intens de reflexbewegingen bleken te worden. Deze bevindingen werden onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift “ICES Journal of Marine Science”.

 

Toepassing in de praktijk: kunnen we een inschatting maken voor volledige pladijspopulaties?

De enige factor die grootschalige toepassing van de reflexmethode nog in de weg staat, is de kans op verschillen en subjectiviteit in interpretatie van de reflexen door verschillende onderzoekers. Die kans op “observer bias”, letterlijk vertaald “vooringenomenheid van de observator”, wordt momenteel onder de loep genomen binnen een lopend onderzoeksproject. En dat is nodig, want het aantal observatoren moet dringend worden uitgebreid. Momenteel werden “slechts” een 2000-tal pladijzen onderworpen aan de reflexmethode, terwijl er wordt geschat dat er meer dan 8.7 miljoen het afgelopen jaar door boomkorvissers overboord gezet zijn in de Noordzee. De bedoeling is dus dat het aantal betrouwbare waarnemingen wordt uitgebreid via het opleiden van wetenschappers en vissers, ook bijvoorbeeld om te kunnen aantonen dat aanpassingen aan de visserijtechniek en het visserijgedrag overleving van teruggegooide pladijzen kunnen verbeteren.

 

Is een uitzondering voor pladijs mogelijk op korte termijn?

Het onderzoek uitgevoerd door ILVO-onderzoekers toonde aan dat vitale vissen een betere kans hebben op overleving, maar dat die kansen sterk worden beïnvloed door de visserijpraktijk. De beste resultaten werden waargenomen bij de kustvisserij, waar tussen 43 en 57% overleefde na teruggooi, en op sommige gelegenheiden zelfs meer dan 90%. “Maar wanneer in de zomer vis gevangen wordt in netten die gedurende twee uren worden gesleept, kan dat zelfs bij fitte vissen een grote tol eisen”, zegt onderzoeker Sebastian Uhlmann. Tijdens twee reizen in juli/augustus afgelopen jaar met een boomkorvaartuig uit het grote vlootsegment overleefden slechts tussen 3 en 5% van de teruggegooide pladijzen.

Volgens de interpretatie van het ILVO zien de uitkomsten voor kustvisserij er het meest haalbaar uit en ook voor het klein vlootsegment zouden de huidige resultaten van het project moeten volstaan. De vissers zijn ervan overtuigd dat ook in het groot vlootsegment de gemiddelde overleving van pladijs tot een uitzondering zou moeten leiden als er voldoende aanpassingsmaatregelen worden toegepast. Volgens de onderzoekers zijn nog aanpassingen mogelijk, zoals bijvoorbeeld het inkorten van sleep- en sorteertijden, en/of verminderen van vangstvolumes. Daarom zijn de Rederscentrale en ILVO van plan om in de nabije toekomst na te gaan hoe de overlevingskansen van teruggegooide pladijs nog kan verbeterd worden zodat de uitzondering op de aanlandplicht voor alle vaartuigen van de vloot kan bedongen worden.

Uiteindelijk zijn het de regionale lidstaatgroepen die in hun Gemeenschappelijke Aanbevelingen voor teruggooiplannen de onderbouwde aanvraag tot overlevingsuitzonderingen zullen moeten indienen bij de Europese Commissie.



webdesign